|
Een
stoomketel is bedoeld om stoom op te wekken uit water. Deze stoom
kan worden gebruikt voor vele toepassingen. De ketels die wij produceren
en waar we veel innovatie op toepassen dienen voor het vernietigen van
onkruid in de glastuinbouw c.q. kwekerijsector.
Stoomketels
worden onderverdeeld in drie groepen, namelijk de vuurgangvlampijpketel
(ook wel vlampijpketel) de waterpijpketels en afgasketels.
Vuurgangvlampijpketel
Een
vuurgangvlampijpketel, ook wel Schotse ketel genoemd, heeft de vorm van
een liggende cilinder. In deze cilinder zit een gang die we vuurgang
noemen. Deze gang eindigt in het inwendige van de ketel in de keerkast.
Deze keerkast is een holle ruimte die door vele steekbouten gesteund
word om zodoende op zijn plaats te blijven en de grote druk te kunnen
weerstaan. Vanuit de keerkast lopen tientallen tot honderden vlampijpen
terug naar de voorzijde van de stoomketel. In de vuurgang ligt een
rooster waarop de brandstof verbrand word. De warme gassen en rook komen
vervolgens in de keerkast en hierna gaan deze door de vlampijpen
richting de rookkast die in verbinding staat met de schoorsteen. Alle
delen waardoor de hete gassen passeren geven hun warmte af aan het
omringende water. Hoe meer vlampijpen, hoe groter de keerkast en
vuurgang, des te meer warmte kan er overgedragen worden aan het water.
Om de warmteoverdracht te verbeteren wordt de vuurgang meestal gegolfd
gemaakt. Zo wordt een groter oppervlak gecreëerd. Tevens wordt de
vuurgang hierdoor sterker en kan deze dus dunner construeert worden om
sneller de warmte door te geven. Er zijn schotse ketels met één vuurgang
en één keerkast, de zogenaamde tweetreksketel. In het begin werden deze
ketels gestookt met kolen later veelal met oliebranders. Tegenwoordig is
aardgas ook een veel voorkomende brandstof.
Het
opstoken van een Schotse ketel is erg tijdrovend. Een kleine ketel bevat
al gauw 5000 liter water wat van buitentemperatuur tot b.v. 180 graden
(geeft 12 kg. per vierkante centimeter druk) verwarmd moet worden. Ook
alle stalen delen van de ketel moeten rustig kunnen uitzetten om schade
te voorkomen. Het opstoken duurt al gauw 2 dagen, maar hoe groter de
ketel des te langer het duurt. Bovenin de ketel zit de stoomruimte met
stoomdom waarop alle aansluitingen naar bijv. de machine geplaatst zijn.
Waterpijpketel
In
tegenstelling tot een vuurgangvlampijpketel wordt bij een waterpijpketel
het water door de pijpen gevoerd i.p.v., zoals bij een vlampijpketel,
waar het water om de pijpen wordt gevoerd en de vlam er door. Een waterpijpketel heeft de vorm van
een rechtopstaande doos waarbij de buitenkant volledig uit pijpen
bestaat. De brandstof wordt verbrand in de vuurhaard. Hiervoor wordt de
brandstof gemengd met de verbrandingslucht, die is voorverwarmd in de verbrandingsluchtvoorwarmer (Luvo). Het inbrengen van dit
brandstof/luchtmengsel gebeurt op 4 à 5 etages, waarbij in iedere hoek,
en per etage, een brander is opgesteld. De branders staan zodanig
opgesteld dat de vlam
tangentiaal door de vuurhaard van de
ketel gaat. Het water in de ketel wordt verwarmd door de straling van
het vuur en de warmte van de rookgassen.
De
pijpenbundels, die de rookgassen tegenkomen, hebben allen een andere
functie. De volgorde is: de verdamper, de verschillende oververhitters (OVO's)
zoals: (rookgas)stralings- en (rookgas)stromingsoververhitters, de
economizer (de ECO) en de verbrandingsluchtvoorverwarmer (de Luvo).
Het
voedingswater wordt door de ketelvoedingswaterpomp allereerst door de
ECO gevoerd. Hierbij wordt het water opgewarmd en de rookgassen verder
afgekoeld. Dat wil zeggen dat de aanwezige warmte in de rookgassen over
gaat in het voedingswater. Dit geeft een rendementsverhoging. Er is hier
nog geen stoomvorming. Vervolgens zal het naar de stoom/waterdrum gaan.
Dit is een vat boven in de ketel. Vanuit de stoom/waterdrum gaan een
viertal grote pijpen, buiten de vuurhaard, naar een vat beneden in de
ketel: de waterdrum. Vanuit deze waterdrum komen kleinere pijpen die
gezamenlijk de verdamper vormen en daarmee de wanden van de ketel. In
deze pijpen worden dampbellen gevormd door de warmte in de vuurhaard. De
dampbellen gaan omhoog terug naar de stoom/waterdrum en worden afgevoerd
naar de eerste OVO. In de OVO wordt de stoom oververhit. Vaak zitten er
meerdere OVO's achter elkaar geschakeld.
Vanuit de
laatste OVO gaat de stoom naar de hogedrukturbine. Hierna wordt de
stoom, die nu een lagere druk en temperatuur heeft, in de Herovo weer
opnieuw oververhit en zal dan naar de midden- en lagedrukturbines gaan
waar de druk en temperatuur nog verder afnemen.
Na de
lagedrukturbines komt de afgewerkte en uitgeputte stoom in de
vacuümcondensor en wordt gecondenseerd tot water. Dit water wordt in
stappen opgewarmd en uiteindelijk door de ketelvoedingswaterpomp naar de
ketel (ECO) gevoerd. Hierna begint de cyclus opnieuw.
|